Indesign Tips

Indesign is marktleider op het gebied van DTP-software waar je drukwerk of epubs mee kan maken. Het is een uitstekend  programma. Ontwerpers gebruiken het, en redacteuren vaak ook, voor hun tekstcorrecties. Het document kun je exporteren naar een drukklare PDF.

In grote lijnen kun je van alles spelenderwijs wel vinden. Hieronder heel compact en kort de basistips. Daarmee kom je al een heel eind. Google altijd direct alles wat je niet weet of waar je uitleg over wil.

Algemene tips voor Indesign

  • Voor tekst moet je eerst een vakje trekken met de Text-tool. Dubbelklik om de tekst te bewerken, Escape om het kader te bewerken.
  • Bij een kader dat gevuld is met een afbeelding is de zwarte pijl voor de kaders zelf, behalve als je op het rondje klikt: dan selecteer je de inhoud (de afbeelding). Je ziet dan het handjes-ikoon en de bruine lijnen. Met Escape keer je  terug naar de zwarte pijl (blauwe lijnen).
  • Deselecteer door buiten objecten te klikken of Escape te klikken.
  • Plaatjes kun je direct vanuit de Finder in Indesign slepen. Of importeren met ⌘-D.
  • Kaders kun je o.a. vergroten door met ⌘-Shift een hoekpunt te verslepen. De inhoud schaalt dan mee. Zonder Shift kan ook, dan gaat het uit verhouding.
  • In de balk bovenaan vind je alle opties van het geselecteerde item. Wijzig die door op een getal te staan en pijltjes-toetsen te gebruiken, evt met Shift, dat gaat 10x zo snel.
  • In die balk heb je voor tekst 2 gedeeltes: 1 voor de alinea-specificaties en 1 voor de letters – zie de eerste twee ikonen.
  • Kaders die onderop andere kaders staan kun je met ⌘-klik selecteren
  • Gebruik veel Rechts-klik voor allerlei opties (twee-vinger-klik / Ctrl-klik)
  • De kwaliteit van de plaatjes staat op Standaard Low Res, zodat je snel kan werken. Je kan het ook echt in High Res bekijken via View > Display Performance
  • Langklik tools voor extra opties.
  • Gebruik de Tooltips (hover over een tool voor uitleg).
  • Klik uitklap-ikonen in paletten voor extra opties.
  • Effecten zoals Text-shadow kan via Window FX > FX (of ⌘-Alt-M)
  • Je kan tekenen zoals in Illustrator, met bezier curves. Gebruik dan de Pen Tool, de Directe Selectie Tool en de Pathfinder (Window > Object)
  • Tekstkaders aan elkaar linken: als de tekst niet in het kader past, krijg je een Rood plusje rechtsonder elk kader. Klik dat en je cursor is geladen met de rest van de tekst. Klik of sleep dan een nieuw kader.
  • Met het Lagen-palet kun je lagen maken, verschuiven, op slot zetten, en verbergen. Geselecteerde kaders zie je in dit palet als een klein vierkantje. Dat kan je slepen naar een andere laag.
  • Tekstomloop (tekst komt automatisch om kader of plaatje heen) ⌘-Alt-W. Bekijk daar alle opties.
  • éúíó: een accent op een letter is Alt-e en dan die letter
    üïëä: een trema is Alt-u en dan een letter
    Speciale tekens zie je verder ook in Indesign bij Tekst > Glyphs

Meteen bij het opstarten doen:

  • Zet de Tools op een dubbele rij, dan zie je de Fill-kleur beter en dan heb je ook 2 knoppen voor Voorvertoning / Normaal.
    Maximaliseer het venster met de Groene Knop.
  • Zet bij meerdere pagina’s het Pagina-palet los linksonder ( F12)
  • Stalen (F5) heb je ook vaak nodig, dus die is als los palet ook beter.
  • Loop ook eens door de Voorkeuren  K

Belangrijke dingen

  • Plaatjes staan NIET in het Indesign-document! Die moet je altijd apart bewaren.
  • Afbreken: Zet de taal goed. Breek nooit af met afbreekstreepje of Enter, maar altijd automatisch (via Stijlen) of met Cmd-Shift-afbreekstreepje. Kan ook vóór het woord, om níet af te breken.
  • Gebruik altijd Stijlen (Window > Styles) voor koppen, subkoppen en allerlei andere stijlen. Die kun je namelijk later wijzigen / exporteren, en het werkt sneller en minder foutgevoelig.
  • Bij meerdere pagina’s gebruik je Stramienen. Die zie je staan in het Pagina-palet, boven de gewone pagina’s . Repeterende elementen zoals paginacijfer (⌘-Alt-Shift-N) en headers en footers zet je op dit A-stramien.
  • Voor drukwerk exporteer je naar PDF (⌘-E). Kies een preset Drukwerkkwaliteit en zet snijlijnen en afloop AAN, maak daar eventueel een eigen nieuwe Preset van.
  • Zet bodytekst altijd op Basislijnstramien – zet dat aan met ⌘ Alt ‘
    Stel de Threshold in de Preferences in op bijv 120%, en geef het als kleur Grid Orange.
  • Alles wat je doet ZONDER open document geldt voor alle nieuwe documenten
  • Alles wat je aanpast ZONDER selectie wordt de Default setting
  • Voor drukwerk moet je de afloop (bleed) rondom op 3 mm extra zetten. Aflopende foto’s en vlakken moeten ook altijd op die extra 3 mm staan.
  • Check voor drukwerk de resolutie van beeld via het Koppelingen-Palet (Cmd-Shift-D). De Effective PPI moet minstens 240 zijn (voor online 72 ppi)

Hier een pdf met de 15 handigste sneltoetsen.

handig-indesign-sneltoetsen

 

En hier een pdf met 50 sneltoetsen:

handigIDcs3