Geluid opnemen voor AV-producties

Geluid in AV-producties is belangrijker dan je denkt. Met goed geluid wordt je film ook beter. En als het geluid NIET goed is, dan lijkt alles meteen amateuristisch…

Geluid opnemen

Voor goed geluid heb je een externe microfoon nodig. Een aparte geluidsrecorder kan ook, maar hoeft niet per se, wat je kan het geluidspoor van de camera ook gebruiken. Externe microfoons kun je richten, op de juiste afstand houden, en beschermen tegen spraak met een plopkap (of tegen wind met een dead cat). Check bij de keuze van een camera of er een externe microfoon in kan, het liefste ook nog met aparte volume-regelaar en hoofdtelefoon-uitgang. De mini-jack kan je soms splitten met een splitter-snoertje, zodat je een hoofdtelefoon tegelijk met een microfoon kan aansluiten.

Bij een acteur of spreker doe je vaak een dasspeld-microfoon op, eventueel met draadloze zender. Het geluid wordt meestal tegelijkertijd ook met een boom (hengel) met richtmicrofoon opgenomen. In de film- en TV-wereld zijn geluidsbestanden altijd 16 bit en 48 kHz. En dus niet 44 KHz!

Soorten microfoons

De condensator is het best, maar die is duur en kwetsbaar. Zangers of sprekers op een podium hebben daarom vaak een robuuster type: een dynamische microfoon. Verder kan elke microfoon meer of minder richtinggevoelig zijn. Dat heet ook wel directioneel of omni-directioneel. Hoe langer de microfoon, hoe richtinggevoeliger.

Voor het opnemen van dialoog vanaf een afstand neem je een richtinggevoelige (shotgun). Dan moet je de microfoon wel voortdurend blijven richten. Vandaar dat je dan een boom (hengel) gebruikt en een hoofdtelefoon.

Voor interviews en dialoog kun je een dasspeld-microfoon (lavalier of lapel) gebruiken. Dat kan ook draadloos, met FM-zenders. Bij een draadloze Bluetooth headset is de microfoon helaas altijd slecht, door de beperkingen van Bluetooth. De gewone Apple oordopjes hebben ook een goede microfoon. Die hoef je alleen maar om te hangen. Als de spreker ook de recorder bij zich heeft dan is heb je ook geen last van draden. Een iPhone kan je ook als recorder gebruiken, met een Dictafoon App.

De Clap

Aan het begin van elke take geef je in beeld een klap. Zo kan je in de montage de audio sync leggen met het beeld. Tegenwoordig staat Video en Audio vaak samen in 1 bestand op de geheugenkaart. Dan hoeft die klap niet. Sync leggen van de audio kan ook met software.

Medium of drager

Het geluid wordt opgeslagen op een drager of medium: vaak een geheugenkaart, zoals een SD-kaart of harddisk. Audio kan samen met video in hetzelfde bestand staan. Maar het kan ook apart, als je een aparte audio-recorder gebruikt.

Mono, stereo, 5.1

Mono is 1 kanaal, stereo is 2 kanaals, dubbel mono is ook 2-kanaals. In stereo kan je horen welk geluid van links, rechts, of alles daartussen komt. Met 5.1 heb je behalve stereo aan de voorkant ook stereo aan de achterkant, dus eigenlijk rondom geluid. Er is dan ook een vijfde center-speaker. De .1 staat voor de grote subwoofer. Daar komt alle bas vandaan, omdat je de richting van een bas nauwelijks kan horen. De andere 5 speakers hoeven niet groot te zijn, want de bas van alle 5 komt uit de subwoofer. Alleen voor bas heb je een grote speaker en veel vermogen nodig.

Digitaal en analoog geluid

Geluid is een golf. De groef in een vinyl LP is exact zo’n golf, als je het onder een vergrootglas zou bekijken. Om die golf digitaal na te bootsen heb je een y-as en een x-as nodig, verdeeld in kleine blokje. Hoe kleiner deze blokjes, hoe beter het klinkt.

De y-as wordt vaak bit depth genoemd, of sample size. CD is 16 bit, de y-as is dan verdeeld in 64.000 blokjes. Bij 24 bit zijn dat 16 miljoen blokjes.

HD audio 24 bit
In werkelijkheid zijn 24-bit-blokjes 500x kleiner dan de 16-bit-blokjes!

De x-as is de sample rate, of het aantal metingen per seconde. Bij CD is dat 44 kHz (44.000 x per seconde). In de filmwereld is het 48 kHz. HD Audio is 96 tot 192 kHz.

Toonhoogte en volume

Geluid verplaatst zich door de lucht, als golven. Een speaker laat letterlijk de lucht trillen en veroorzaakt zo geluidsgolven. Die golf verplaatst zich dan door de ruimte, tot het langzaam uitdooft. Net als een golf in water.

De hoogte van de golf is dan het volume, gemeten in Decibel (Db). Lage geluidsgolven zijn zacht, hoge zijn hard. Elke Decibel betekent een 2x zo hard volume, met een verdubbeling van de energie. Van 10 naar 11 Db is 2x zo hard, en van 100 naar 101 Db is dus ook 2x zo hard. 10 Decibel is heel zacht,  bijvoorbeeld een ademhaling, 60 Db is een normaal gesprek of een piano. 110-130 Db is een gemiddeld rock-concert, 135 Db is de pijngrens voor je oren, 150 Db veroorzaakt permanente gehoorschade, 180 Db is een raket.

De toonhoogte is de frequentie, in Hertz (Hz): het aantal golven of trilllingen per seconde. Een mens kan theoretisch van 20Hz tot 20.000 Hz horen, maar in de praktijk ligt dat meer tussen 200 en 15.000 Hz. Een walvis kan subsonisch geluid van 7Hz nog horen. Dolfijnen en vleermuizen kunnen ultrasonisch geluid van 100.000 Hz nog horen.

Korte golven doven makkelijker uit dan lange golven. Laag geluid (lange golven) gaat door muren, om gebouwen en door allerlei materiaal heen. Dat ken je wel van muziek. De bas hoor je verderop nog steeds. Het kost ook veel meer energie om zulke bastonen te produceren. Of golven nou als water, als geluid, als licht of als radio zijn, het reageert hetzelfde. Binnenkort krijgen we 5G: kortere radiogolven (hogere frequentie) met meer informatie – dus sneller internet. Maar het gaat niet meer door muren en gebouwen heen, net als bij hoger geluid, dus er zijn veel meer masten nodig.

Compressie, bitrate en bestandsformaat

Het digitale bestandsformaat van audio is vaak WAV. Zo’n .wav-bestand is heel groot. Je kan dat veel kleiner maken met digitale compressie. Er zijn twee soorten compressie: lossless (zonder verlies) en lossy (met verlies van kwaliteit). In lossless zijn de bekendste formaten FLAC, APE of ALAC. Je kan daarmee het bestand ongeveer 2x zo klein maken, zonder enig verlies.

MP3, OGG en AAC zijn bekende lossy compressie-formaten. Je kan dan bestanden wel 5 tot 10x kleiner maken, maar er gaat iets van de kwaliteit verloren. Ook elke keer als je opnieuw bewaart gaat er weer wat verloren, dus dit kan je het best maar 1x doen, als allerlaatste stap.

MP3 kan allerlei kwaliteiten bevatten, maar is meestal 16 bits / 44 kHz – net als CD. Op een CD neemt dat 1440 kbs (0,18 MB per sec) in aan data. Bij MP3 (of OGG of AAC) wordt de muziek gecomprimeerd, en is het nog maar 256 kbs: bijna 6x zo klein. Tijdens het afspelen wordt het weer uitgepakt tot 1440 kbs, met maar een heel klein beetje verlies, nauwelijks hoorbaar. Dat in- en uitpakken heet ook wel COderen en DECoderen: ofwel codec.

Die bit rate geeft aan hoeveel informatie er per seconde in zit. Vanaf 256 kbs en hoger klinkt een MP3 heel goed. Hoorbaar slechte MP3-tjes zijn 128kbs of lager. Daar zit te weinig informatie in.

24 bits HD

Als er later nog veel aan het geluid moet gebeuren, dan moet je brongeluid zo hoog mogelijk van kwaliteit zijn, namelijk 24 bit. Stel je voor dat je het later veel harder wil maken, en nog veel wil bewerken, met allerlei filters. Dan gaat de kwaliteit achteruit. Als het geluid meteen in 24 bit was opgenomen heb je dat nadeel niet.

Wild geluid / set noise

Het achtergrondgeluid van de lokatie is het wild geluid, oftewel wildje, set noise, atmo, presence, of room tone. Het achtergrondgeluid is uniek bij elke lokatie: bijvoorbeeld een specifiek soort stadsgeluid, bosgeluid, kamergeluid, kantoorgeluid, of fabrieksgeluid. Deze set noise van de lokatie heb je later in de montage nodig. Bijvoorbeeld onder totaaltjes, of bij het monteren van dialoog, en bij nasynchronisatie.

Verder is er ook het sync geluid: dat is geluid wat je ook sync in beeld ziet, zoals dialoog, deuren, voetstappen of auto’s.

Nasynchroniseren en foley

De dialoog kan je in de andere taal indubben, oftewel nasynchroniseren. Set noise heb je hierbij ook apart nodig. Als de originele opname slecht verstaanbaar was, of als het geluid niet goed gelukt was kun je ook indubben in de originele taal. Sync-geluid zoals deuren en voetstappen kun je eventueel uit een geluiden-bibliotheek halen of namaken (foley).

Muziek opnemen

Akoestische instrumenten en stemmen doe je met 1 of 2 condensators (met 2 heb je stereo). Versterkte live muziek kun je direct uit het mengpaneel aftappen, via de line out, en dat mixen met microfoon-opnames. Uit het mengpaneel komen de zang en akoestische dingen in verhouding veel harder dan bas, drums en gitaar. Want die hoor je onversterkt ook al uit hun eigen versterkers (de backline).

In de studio zet je dynamische microfoons heel dichtbij dingen die hard geluid maken, zoals toms en versterkers. Veel versterkers hebben ook een directe line out. Die klinkt iets anders dan de speaker. Voor het totale geluidsbeeld kan je 2 condensators neerzetten, op afstand.

Als je meerdere microfoons gebruikt en je neemt live multi-track op, dan heb je altijd wat overspraak: je hoort bijvoorbeeld de drums ook op het gitaarspoor.

Een probleem bij digitale multitrack opnames is de latency: het opgenomen geluid komt iets later op de “band” dan het afgespeelde geluid. Voor muzikanten is het dan onmogelijk om iets goed in te spelen, bij overdubs. De latency moet vrijwel 0 zijn.

Een ander probleem bij overdubs is het aftellen. Als er niet is afgeteld bij het begin van een nummer is het heel moelijk om het begin nog te overdubben.

Levels: geluidsniveau

Als je het geluid te hard opneemt gaat het vervormen ofwel oversturen: de meter gaat in het rood. Als je het te zacht opneemt krijg je te veel ruis. Je moet dus de meter in de gaten houden. Het niveau kan ook automatisch met een limiter en auto gain. De limiter zorgt ervoor dat bij een hard geluid automatisch het niveau omlaag en nooit in het rood gaat. Maar dat effect hoor je wel, en dat kan soms storend zijn. Auto-gain doet bij zacht geluid het level automatisch omhoog. Ook dat hoor je, en kan ook storend zijn. Auto gain en limiter staan vaak standaard aan. Als je het echt goed wil doen kun je dit beter handmatig doen, of stel je die automaat zelf af.

Plopkappen en dead cats

Bekend probleem: je hoort de wind keihard in je microfoon. Die is daar namelijk heel erg gevoelig voor. Meestal zit er een plop-kapje bij, dat is nodig voor spraak. Voor wind heb je meer windbescherming nodig: zo’n grote harige, een dead cat.

Stekkers en snoeren

In de consumenten-wereld heb je voornamelijk de volgende snoeren en stekkers:

  • Stereo mini-jack (zoals bij een hoofdtelefoon)
  • Driepolige mini-jack (stereo uit + mono in voor de microfoon)
  • Tulp-kabels, oftewel Cinch (de rood-witte stekkertjes aan de stereo)
  • S/PDIF (digitale kabels; van Sony/Philips Digitale InterFace)
  • TOSlink (optische digitale kabels, van Toshiba link)

Professioneel kom je deze ook vaak tegen:

  • Mono Jack (instrumentkabel)
  • XLR (drie-polig, met aarde, vaak voor microfoons)
  • Speakon (met kliksysteem, voor luidsprekers)
  • USB (digitale audio)

Software

Zelfs zonder software kan je simpel geluid opnemen en editen. Direct op je camera, of op je iPhone met Dictafoon, of op je Mac met Quicktime. Inkorten, bewaren en exporteren is daar allemaal eenvoudig. Er is ook gratis software zoals Audacity.

Adobe Audition is veel uitgebreider, met multi-track en Midi instrumenten en effecten en zo. Van Apple is er Logic of Garageband. Voor Windows is er Cubase. Ableton Live kan ook, die heeft een revolutionair nieuwe grafische interface. In video-editing software kun je ook meersporen-geluid editen, zoals Adobe Premiere.

Wil je alleen audio masteren dan is er iZotope Ozone.

MIDI en audio, autotune

Audio-bestanden zijn groot, want ze bevatten het echte geluid, in golf-vormen. MIDI bestanden zijn ontzettend klein, want daar zit geen echt geluid in, maar alleen korte informatie OVER het geluid. Bijvoorbeeld een C-akkoord op een piano:

Piano - C E G - octaaf 3 - volume 64 - lengte 2 sec - pedaal in

Dat is tesamen maar een paar bitjes met informatie, terwijl het echte geluid in heel gedetailleerde golfjes wel 10.000x meer informatie inneemt. Een MIDI-instrument zoals een elektrische piano geeft de informatie door naar de computer, die zo de MIDI kan opnemen. Daarna kun je dat MIDI-signaal laten afspelen door een ander instrument, bijvoorbeeld een gitaar of een orgel. Of een stem door de Autotune halen, zodat de stem automatisch in de exacte toonhoogte van de ingespeelde MIDI muziek klinkt.

Geluid voor het web

Je kan je geluid uploaden naar soundcloud.com en het vanaf daar in je website te zetten via de Deel-knop. Net als Youtube. Maar je kan het geluid ook direct in HTML zetten:

<audio src="muziekje.mp3" controls> </audio>

Voor meer Audio-tips zie aartjan.nl/blog/category/audio/

 


Tascam DR-44WL

  • Zeer goede microfoons, stereo
  • Check met een hoofdtelefoon of hij het doet en of de levels goed staan. Maak een testje.
  • Bij spraak is 20-30 cm afstand het best. Maar eigenlijk moet er dan al wel een plopkap op.
  • Niet geschikt voor in de wind
  • Is 4 sporen, dus bij elke opname moet je aangeven op welke sporen je wil opnemen.
  • In het Menu kan je kiezen voor MP3 320. Dat is een goede setting.
  • Tenzij je 24 bit wil, in WAV
  • Kies 48 kilohertz dan is het altijd geschikt voor Video.
  • Bij Input kun je Low cut 110 voor spraak beter altijd aanzetten, voor beide sporen apart. Limiter kan je ook het best altijd aanzetten.
  • De Limiter zet tijdelijk de input lager bij harde geluiden, Peak reduction zet de input permanent lager na een hard geluid
  • Hij is richtinggevoelig dus je moet ‘m mikken.
  • Raak ‘m niet aan tijdens opname, dat ga je horen.
  • Met een App op je mobiel kun je via wifi starten-en-stoppen
  • Neem op elke lokatie ook set noise op
  • Je kan ‘m ook als externe microfoon gebruiken
  • Lees de handleding (bijv: stel de klok in als je er batterijen in hebt gedaan)
    http://tascam.com/content/downloads/products/861/dr-44wl_om_ve_2.pdf
  • Doe de schermverlichting UIT: anders valt-ie af en toe geheel uit. Is een bug blijkbaar.

Zoom H1

  • Stem is op 20cm afstand het best, dus vrij dichtbij
  • Gebruik de plopkap bij spraak
  • Niet geschikt voor in de wind
  • Check met een hoofdtelefoon of hij het doet en of de levels goed staan. Maak een testje.
  • MP3 320 is een goede setting.
  • Low cut kan AAN voor stemmen, Auto level kan evt ook AAN
  • Richtinggevoelig
  • Raak ‘m niet aan tijdens opname, dat ga je horen
  • Neem op elke lokatie ook set noise op
  • Kan alleen Micro SD in, dus die hele kleine
  • Je kan ‘m ook als externe microfoon gebruiken
  • Lees hier de handleiding

Opdracht: hoorspel

Schrijf een korte scene met dialoog waarin 2 lokaties worden gebruikt. Neem de dialoog op met 2 acteurs. Zet de set noise van de beide lokaties (mag je eventueel ook downloaden) op spoor 3. Zet op spoor 1 de dialoog, met daarin stemmen van dichtbij en van veraf. Gebruik ook ergens geschreeuw en ook gefluister. Gebruik sync geluid op spoor 2: bijvoorbeeld explosie, dier, motor, sirene, voetstappen et cetera. Deze mag je evt ook gewoon downloaden. Crossfade aan het eind naar een kort stukje muziek. Zit daar wel of niet set noise onder? Kies en probeer zelf; beluister het verschil.
Alles mag ook in stereo! Mag in elke editor: Audition, Premiere, Audacity, Garageband of iMovie.

  • Spoor 1: dialoog
  • Spoor 2: sync geluiden
  • Spoor 3: set noise (2 lokaties)
  • Crossfade aan het eind naar muziek
  • Exporteer het geheel als een stereo MP3 in 256k (16 bit / 48KHz)
  • Upload naar Soundcloud en plaats het in je website